Digitale, realtime insectenmonitoring in de vollegrondsgroente
Samenvatting project
De Nederlandse vollegrondsgroenteteelt staat onder toenemende druk door strengere eisen op het gebied van duurzaamheid, milieu, emissiereductie en voedselveiligheid. Tegelijkertijd neemt het beschikbare pakket aan gewasbeschermingsmiddelen af en stijgt de arbeidsdruk.
Deze PPS richt zich op de ontwikkeling van automatische insectenmonitoring voor de vollegrondsgroenteteelt. Het project onderzoekt hoe bestaande en nieuwe technieken geschikt gemaakt kunnen worden voor specifieke omstandigheden in de praktijk.
Het doel is telers te voorzien van continu en objectief inzicht in plaagontwikkeling, zodat zij gewasbeschermingsmaatregelen gerichter kunnen inzetten binnen geïntegreerde gewasbescherming (IPM). Dit leidt tot een efficiënter middelengebruik, lagere milieubelasting, behoud van biodiversiteit en borging van opbrengst en productkwaliteit, en draagt bij aan een economisch rendabele en duurzame sector
Doel van het project
Het project richt zich op het ontwikkelen van een systeem dat insectenpopulaties automatisch kan detecteren, registreren en ontsluiten, zodat telers op basis van actuele data beter onderbouwde beslissingen kunnen nemen. Daarmee wordt niet alleen beoogd de effectiviteit van plaagbeheersing te vergroten, maar ook het middelengebruik te reduceren en de duurzaamheid en productiviteit van de teelt te versterken.
Dit project bouwt voort op bestaande inzichten uit de glastuinbouw, waarbij twee partijen (Pats/Brinkman) die reeds met digitale systemen in de glastuinbouw bezig zijn toetreden tot dit project en daarbij hun kennis inbrengen. Belangrijk bij dit project is dat dit zich specifiek richt op de vertaling naar de praktijk van de vollegrondsgroenteteelt. In de glastuinbouw is men sinds 2025 gestart met het gebruik van automatische insectenmonitoringssystemen. Vanwege de gecontroleerde omstandigheden in een kas, zoals een stabiel klimaat, beperkte weersinvloeden en een relatief overzichtelijke insectenpopulatie, functioneren daar deze eerste systemen. Momenteel wordt gewerkt aan verdere betrouwbaarheid en nauwkeurigheid. Voor de vollegrondsgroenteteelt zijn dergelijke systemen echter nog niet breed toepasbaar. De omstandigheden buiten verschillen fundamenteel van die in de glastuinbouw. Weersinvloeden zoals regen, wind, wisselende lichtomstandigheden en temperatuurverschillen hebben invloed op zowel de werking van de hardware als op de kwaliteit van de verzamelde gegevens. Daarnaast is de diversiteit aan insecten in de buitenomgeving veel groter. Naast plaaginsecten worden ook grote aantallen nuttige insecten en andere niet-relevante soorten waargenomen, waardoor automatische herkenning en classificatie aanzienlijk complexer worden.
De vernieuwing zit in de ontwikkeling van een systeem dat onder buitenteeltomstandigheden robuust functioneert, ondanks invloeden zoals regen, wind, temperatuurschommelingen en variatie tussen percelen en teelten
Motivatie
De vollegrondsgroenteteelt staat voor grote uitdagingen. Het aantal toegelaten werkzame stoffen voor chemische gewasbescherming neemt af, terwijl de maatschappelijke en sectorale druk om het gebruik van synthetische middelen verder te reduceren toeneemt. Hierdoor verschuift de praktijk steeds meer van systemische middelen naar contactmiddelen, bij voorkeur op natuurlijke basis. Deze middelen kunnen echter alleen effectief worden ingezet wanneer telers tijdig en nauwkeurig inzicht hebben in de aanwezigheid en ontwikkeling van plaaginsecten.
In de huidige praktijk gebeurt monitoring nog vaak met behulp van vangplaten en handmatige waarnemingen. Deze werkwijze is arbeidsintensief, levert momentopnames op en biedt onvoldoende realtime informatie om snel en gericht te kunnen handelen
Geplande resultaten
Het project moet leiden tot een werkend prototype van een automatisch realtime insectenmonitoringssysteem dat geschikt is voor toepassing in de groenteteelt onder praktijkomstandigheden. Met realtime wordt bedoeld dat het systeem ieder uur een update geeft van de gemonitorde insecten. Daarbij wordt ingezet op sensortechnologie en/of beeldherkenning om relevante insecten, zoals wittevlieg, trips, mot, koolgalmug en luis, automatisch te detecteren en de waarnemingen realtime beschikbaar te maken. De verzamelde gegevens worden ontsloten via een centrale database of een gebruiksvriendelijk dashboard, zodat telers en ketenpartijen continu toegang hebben tot actuele en locatiegerichte informatie over insectendruk en plaagontwikkeling. Zo ontstaat een directe koppeling tussen monitoring en besluitvorming binnen geïntegreerde gewasbescherming