Kiemgetal en mastitisdetectie bij melkgeiten onder de knie
Samenvatting project
Het kiemgetal is een essentiële kwaliteitsparameter voor geitenmelk. Een hoog kiemgetal in de tankmelk
verkort de houdbaarheid, bemoeilijkt de zuivelverwerking en vormt een gezondheidsrisico voor mensen.
Om preventieve beheersmaatregelen te kunnen nemen, is het essentieel om de besmettingsbron te
identificeren. Hiervoor gaan wij een tankmelktest en een vroege mastitisdetectie ontwikkelen die gerichte
interventie mogelijk maakt met impact op uiergezondheid, melkkwaliteit en voedselveiligheid
Doel van het project
De diagnostische testen die binnen dit voorstel worden ontwikkeld, geven de veehouders handvatten
welke preventieve maatregelen er genomen kunnen worden en de effecten van de preventieve
maatregelen kunnen geëvalueerd worden. Melkgeitenhouders zullen door de implementaties van de
uitkomsten van deze PPS meer grip op hun tankmelkkiemgetal krijgen. Tevens zal door de vroege detectie
van mastitis er sneller kunnen worden ingegrepen om de verspreiding van uierpathogenen te beperken
en zullen minder dieren in de koppel mastitis krijgen. Het welzijn van de geiten zal hierdoor toenemen en
er zullen minder geiten vroegtijdig worden afgevoerd. Dit verlengt de levensduur van de geiten verlengt
en resulteert in een hoger economisch rendement per geit met een lagere koolstof- en stikstof-footprint.
Door al in de primaire sector de uitscheiding van bacteriën naar de melkketen te beheersen, zal dit
resulteren in een positief effect op de hele ketenveiligheid en het consumentenvertrouwen in de
geitenzuivel, die onder meer gericht is op kwetsbare consumenten zoals de productie van melkpoeder
voor baby's die nog geen volledig ontwikkeld immuunsysteem hebben
Geplande resultaten
We ontwikkelen een snelle en betrouwbare diagnostische tankmelktest om de bacteriële samenstelling
van de tankmelk te onderzoeken, waaruit blijkt of de bacteriën afkomstig zijn uit de omgeving, de
melkinstallatie of dat de bacteriën door de geiten zelf worden uitgescheiden. Door de monitoring van de
bacteriële samenstelling kunnen de geïmplementeerde maatregelen geëvalueerd worden (bijv.
aanpassing van de reinigingsprocedure van de tank kan door het volgen van de omgevingsbacteriën in de
tank geëvalueerd worden). Tevens kunnen bedrijfsspecifieke tankmelkkiemgetal patronen
4
geïdentificeerd worden en kunnen verschillen tussen bedrijven gebenchmarkt worden om beter inzicht
te krijgen in bedrijfsprestaties, bijvoorbeeld door middel van een stoplicht methode (Figuur 1a). Meer
gedetailleerd inzicht op bacterieel soortniveau wanneer blijkt dat de bacteriële samenstelling van de
tankmelk wordt gedomineerd door bacteriën die door de geiten wordt uitgescheiden. Deze kennis over
de verschillende bacteriesoorten die aanwezig zijn in tankmelk, geven veehouders, begeleidende
melktechnische adviseurs en dierenartsen, meer zekerheid over de specifieke effecten van de genomen
maatregelen (bijv. de evaluatie van de inzet van een vaccinatie tegen Staphylococcen mastitis of het
uitselecteren van dieren met afwijkende melk.
Inzicht over welke kritische onderscheidende parameters in melk zoals pH, viscositeit, kleur en
geleidbaarheid in melk onderscheidend zijn om mastitis te detecteren, vormt de basis voor een “proofof-concept” voor vroege mastitisdetectie. Dit maakt de ontwikkeling mogelijk van zowel een
geautomatiseerde sensor die toepasbaar is in een gangbare geitenmelkinstallatie als een handmatige
mastitistest, die beide kunnen bijdragen aan het tijdig herkennen van dieren met mastitis in de melkstal.